maandag 17 oktober 2016

02/10/2016 PATRO HOEVENEN – GROENENHOEK 2-3

Alweer een tijdje geleden dat hier iets te lezen viel over onze ploeg: door omstandigheden heb ik de eerste wedstrijden van het nieuwe seizoen helaas moeten missen. De eerste twee wedstrijden verloren (5-7 tegen “Den Beerschot”, 3-1 tegen “Rapid”), en dan gewonnen van onze oude “vrienden” “City Pirates” met 1-4. Die 5-7 laat vermoeden dat Patro niet echt moest onderdoen, en de winst van vorige week geeft de mens toch weer wind in de zeilen en hoop in het kopke.

Eerste match ook die ik zie op het splinternieuwe terrein van Patro: kunstgras. Het heeft lichtjes geregend en af en toe miezert het een beetje, waardoor de mat nat is en slidings toch wel mogelijk naar het schijnt zonder brandwonden door de wrijving te moeten riskeren. Persoonlijk vind ik kunstgras wel goed omdat je geen oneffenheden hebt en/of putten (gevaar voor kwetsuren), maar het gebrek aan mogelijkheid tot sliden of tacklen vind ik dan weer een euh... gebrek: het blijft veldvoetbal en op een kunstmat lijkt het meer op zaalvoetbal vind ik. Enfin ik zal het zelf moeten ondervinden als ik eens terug kan meespelen.

Ons team is een beetje een onuitgegeven team want we hebben de hulp moeten inroepen van het andere veteranenteam, die drie van hun pionnen aan ons uitlenen: iemand wiens naam ik voortdurend hoor uitspreken als “Thai” (hij heet Tahir Dilek) en waar ik al eens samen mee getraind heb, een stevig bazeke zeg maar, Peter van den Vijver (die kende ik nog niet) en Johan wiens familienaam ik niet terugvind in de mailings, maar dat is de man die tegenwoordig de muziekinstallatie levert e.d. bij het jeugdtornooi. Hij heeft ook al zijn brevet gehaald van scheidsrechter bij KVV, iemand met hart en ziel voor de club dus. Hij heeft deze morgen al moeten fluiten bij zijn team, dus een matchke (of een half) mee voetballen kan dan nog wel. 

Het gevecht om het middenveld kan weer beginnen. Meestal trekt de ploeg die daar heer en meester is het laken naar zich toe. Een gelijk opgaande strijd eigenlijk, het zal van andere fases moeten afhangen. In feite is het zoals gebruikelijk onze Filip die de plak zwaait op het middenveld, maar alleen kan hij het natuurlijk ook niet rooien. Niet dat hij het niet dikwijls probeert, maar zodra hij de mogelijkheid ziet geeft hij de bal af aan een vrijstaande ploegmaat. En daar wringt misschien het schoentje vandaag bij ons: zo wordt Mark J. omzeggens niet bereikt omdat die ofwel gedekt staat ofwel zich helemaal aan de andere kant bevindt van waar de bal wordt rondgespeeld (rare uitdrukking eigenlijk: die bal was toch al rond vóór ze ermee begonnen te spelen?). Frustrerend moet dat zijn voor een spits, zeker als je weet dat je een handvol supporters hebt opgetrommeld om te komen kijken.

In de verdediging staat Tahir natuurlijk zijn mannetje: stevig en solide, een rots in de branding op rechts. Links is ook Kris weer goed bezig, goed anticiperend en uitvoetballend. Ik merk toch wel dat het tempo dit jaar iets hoger ligt dan vorig jaar toen we een reeks lager speelden. Dat wordt dan moeilijk voor mij denk ik als ik terug fit ben, gezien mijn gezegende leeftijd (laatste jaar op tram 5) en toch wel wat overgewicht in vergelijking met andere jaren. Ik zal nog eens een toereke moeten gaan fietsen denk ik, helemaal Spanje rond bijvoorbeeld...

Als je hier niets of weinig leest van de andere jongens in de verdediging, dan is dat waarschijnlijk omdat die zoals gewoonlijk secuur bezig zijn: een Patrick F. bijvoorbeeld, onze laatste man die je omzeggens nooit op een foutje kan betrappen en die gepast zijn medeverdedigers stuurt. Je merkt het wel dat hij in het dagelijks leven ook de verantwoordelijkheid draagt om met een team iets op te bouwen. Of Hans, die voorstopper is vandaag: aan gedrevenheid en motivatie ontbreekt het deze jongen ook nooit. De Frank die over en weer briest als een (weliswaar ietwat uit de kluiten gewassen) jong veulen, Roger op de linkerflank die al eens gepast iemand de diepte instuurt, Peter F. die op de rechterflank voortdurend heen en weer crosst en geregeld Tahir komt bijstaan. Het loopt gesmeerd zoals vanouds denk je dan, maar het is toch de tegenstrever die op voorsprong komt dankzij een rommelige fase vóór ons doel. 0-1, weeral achtervolgen. Dat we dat ondertussen gewend zijn blijkt al vlug als we kunnen tegenscoren. Het is Mark P. die de bal in doel laat verdwijnen waardoor de bordjes weer gelijk hangen (waar is dat scorebord eigenlijk?).

Dat gaat de goede kant uit denk je dan: erop en erover. Niets is minder waar: het spel golft op en neer en je merkt meer en meer dat onze jongens elkaar minder en minder vinden. Je kan eigenlijk niemand concreet met de vinger wijzen, het is meer een soort van algemene malaise die bijna ongemerkt als een hardnekkig virus de ploeg is ingeslopen. De tegenstrever is al niet veel beter maar toch zijn zij het die weer eerst scoren. 1-2. Weer achtervolgen. Veel uitgespeelde kansen kunnen we niet versieren. Ik zie wel dat de ingevallen Peter VDV een heel goede invalbeurt maakt: vinnig, vlug, wendingrijk, technisch onderlegd, en gevaarlijk voor doel. Maar meer dan enkele hoekschoppen kunnen we tot nog toe niet versieren. Die zijn ook niet van de gevaarlijkste en net als ik aan de zijlijn opmerk dat we vandaag onze beste hoekschopnemer missen (hm hm) brengt Kris de bal van aan de rechter hoekschopvlag voor doel, heel laag over de grond, een rollerke eigenlijk, was hij nu aan het bowlen geweest dan had hij zeker een strike gescoord, maar blijkbaar is iedereen van de verdedigers verrast, de keeper incluis, en komt de vinnige Peter VDV aangelopen om er zijn voet maar tegen te zetten en de bordjes weer gelijk te zetten (nog altijd geen scorebord).

Twee keer op achterstand, twee keer langszij gekomen. Dan zou er toch meer moeten inzitten denk je. Maar de combinaties stokken altijd ergens, Mark J. kan weer niet bereikt worden, Mark P. doet zijn best om iets te forceren, Filip probeert iedereen aan te moedigen, maar het virus zit nog in de gelederen en zo gebeurt het dat Groenenhoek enkele minuten voor affluiten de winning goal kan scoren. Onze gelegenheidskeeper Geert kan je niets verwijten, die heeft er zelfs nog enkele uitgehouden.

Ik denk dat Frank ook nog een gemaakt doelpunt verhinderd heeft door een doorgebroken speler “professioneel” voetje te lichten. “Dat is toch rood!” roept zijn vader langs de lijn, en vraagt me prompt om mijn mening me aansprekend bij mijn voornaam. Ik herken de Leo, die hier in Hoevenen woont, en vroeger (vóór zijn pensioen) een schitterend restaurant uitbaatte samen met zijn vrouw, gespecialiseerd in Latijns-Amerikaanse kost op de Dageraadplaats: “El Diablo”. Het is zijn zoon Tim wiens moeder ook nog toevallig een collega van me is. De wereld is klein. “Timmeke, ge kunt het nog, want ge hebt toch nog gescoord” hoor ik hem nog zeggen. Ja man, als je weet dat je speelt tegen de zoon van één van je leeftijdsgenoten, dan besef je dat je toch wel een jaartje ouder wordt. Ik zal serieus uit mijn pijp kunnen komen om nog te kunnen meedraaien in deze competitie. Vroeger toen ik nog op Sint Anneke woonde bij mijn ouders was dat natuurlijk niet zo moeilijk om serieus uit mijn pijp te komen (ik ging altijd langs de Konijnepijp) maar hier in Hoevenen zijn geen konijnepijpen te zien, ik zal een ander soort van pijpen moeten zoeken.

De stemming in de kleedkamer is tamelijk bedrukt na de match. De jongens die ons zijn komen “depanneren” worden uitgebreid bedankt, overgoten met genever dus, ook Johan die een prima tweede helft heeft gespeeld in de verdediging. “Slecht gespeeld” klinkt het overal, maar dat zijn jongens die de hand in eigen boezem steken. “Tegen deze ploeg mogen we nooit verliezen” hoor ik ook overal. Volgende week beter dan, ook weer tegen groene jongens, maar niet uit de Hoek maar uit het Dal: Groenendaal van Merksem. Of in de terugmatch op Groenenhoek, dan kan ik mijn collega misschien uitnodigen om te komen kijken naar haar zoon en collega, hopelijk draai ik dan weer mee.

Na de wedstrijd is er in de kantine nog een BBQ van de badmintonploeg, wat ons “dwingt” aan den toog te hangen. Deze jongen heeft er gehangen tot omstreeks 21.30 uur. De laatste kuip Tongerloo heb ik nog moeten laten staan want het water (bier eigenlijk) stond me tot aan de lippen. Ik had natuurlijk een “partner in crime” in de persoon van Robert. Veel heb ik thuis niet meer kunnen vertellen van onze heldendaden want om 22.00 uur ging het licht al uit bij mij. Om twee uur werd ik verdwaasd wakker en ben dan maar in bed gekropen, niet na eerst mijn tanden gepoetst te hebben waar tot mijn verbazing de resten van enkele braadworsten nog tussen hingen. ’s Anderendaags viel mijne nikkel terug natuurlijk. “Nooit meer drinken” van Raymond van het Groenewoud speelde nog heel die nacht door mijn kop.


JD

zondag 16 oktober 2016

09/10/2016 GROENENDAAL – PATRO HOEVENEN

Een streekderby vandaag op het programma. Ja als ik er met de fiets naartoe kan, dan noem ik het een streekderby. Het is overigens een heerlijk weertje vandaag: Frank Deboosere zou niet blozen om het woord “nazomertje” in de mond te nemen, iets waar Sabine Hagedooren veel voorzichtiger in is...

Maar het klopt wel: volle zon, geen wolkje aan de lucht, en als je aan de juiste kant in de zon staat kan je nog een heerlijk bruin kleurtje opdoen, iets wat onze net gepensioneerde veteraan Fred dan ook gretig ten bate neemt. Ik moet hem wel verwittigen dat hij niet te veel kleur meer moet opdoen, per slot van rekening heet hij immers De Moor, en dat merk je: Moren is een ander benaming voor Arabieren, en aan pigment ontbreekt het hem niet. Ruggengraat daarentegen, die speelt hem parten, daarom dat hij ook helaas voor ons niet meer kan meespelen, op aanraden van zijn dokter. Gewoon van dokter veranderen hé Fred, dan komt dat wel in orde...

Zelf lig ik ook nog altijd in de lappenmand: ontsteking aan de adductoren, en dat al sinds april/mei. Geen pretje, bij elke verkeerde beweging (en geloof me: ik ken nogal veel verkeerde bewegingen) schiet er een pijnscheut vanuit de lies door de dijspier en trekt dan zo naar achteren naar de bilspier. Vandaar dat ik vandaag, net zoals vorige week, verantwoordelijk ben voor het invullen van het scheidsrechtersblad en andere administratieve en praktische afhandelingen, bijvoorbeeld de sleutel bijhouden van de kleedkamer. Daar heb ik wel zelf mijn sleutel van de fiets voor moeten afgeven en dat was niet van harte: ik ben namelijk nogal gehecht aan mijn stalen ros dat ik goed heb vastgelegd aan die GSM-mast die daar midden in die woonwijk in Merksem staat te blinken. Hopelijk is er geen onverlaat die die mast wil stelen want dan hebben ze gelijk mijn fiets mee. Tegenwoordig moet je van niets meer opkijken, zo ken ik er enkele die in Hoevenen hun auto instapten en waarvan stuur en/of airbag en/of middenconsole verdwenen was. Tja er stond dan ook al heel de week een oostenwind.... (een goed verstaander heeft hier maar een half woord nodig me dunkt).

Ook Robert is weer van de partij. Robert is een oude krijger zoals ikzelf, maar die is al een paar jaar volledig moeten afhaken wegens een kapotte knie. Jammer want dat was ons geheim luchtwapen, zowel in verdediging als aanval. Koppen kon hij als de beste, en stevig zijn mannetje staan ook. Dat doet hij dan tegenwoordig maar ná de match, en net zoals vroeger op training en tijdens de wedstrijd heb ik dan moeite om hem te volgen. Daar zijn zelfs getuigen van, vorige week.

De match zélf die kan ik wél volgen, want omdat ik op de fiets gekomen ben heb ik gelukkig mijn zonnebril opstaan. De zon staat erg laag, en dat speelt ook onze gelegenheidsdoelman Geert parten. Brian komt plots om de sleutel vragen, want hij heeft nog een petje in zijn voetbaltas zitten. Hopelijk heeft die klep een ingebouwde correctie voor zijn ogen, want Geert staat al jaren in doel zonder bril, alhoewel hij er buiten het veld wel één draagt. “Hoe die nog correct een kast in elkaar gedraaid krijgt, het is me een wonder” merkt iemand tijdens de rust op. Maar dat petje helpt blijkbaar wel want bij de eerste de beste aanval van Groenendaal en een ver schot moet Geert plat en hij kan nog net de bal wegduwen naar rechts, weg van het gevaar en de aanstormende aanvallers die maar al te graag dat balletje in doel hadden geprikt.

Bij ons lopen vooraan Carl en Mark P. in de spits. Ronny staat klaar om in te vallen maar die heeft weeral last van zijn achillespees. Ook een oud zeer dat hem dikwijls parten speelt, maar hoewel hij geen 100% fit is staat hij toch maar weer paraat.

Ondertussen merk ik (en samen met mij onze overige supporters) dat onze combinaties heel vlot verlopen, véél vlotter dan vorige week bij ons debacle tegen Groenenhoek. De tegenstrever wordt zowaar weggetikt en ze worden er wat kregelig van: het wordt eerder Groenenzaag dan Groenendaal. Gelukkig zagen ze alleen onderling en niet tegen ons of de scheidsrechter, overigens een scheidsrechter geleverd door Groenendaal die zich tot nog toe keurig van zijn taak kwijt.

De driehoekjes en één-tweetjes worden nu keurig vanuit de mouw op de mat getoverd en zo wordt Peter F. op rechts gelanceerd (niet de eerste keer trouwens) en met een prima voorzet belandt de bal bij Mark P. die met een prachtige volley vanaf de grote backlijn de bal naar doel schiet. Een beetje gemis aan kracht en richting misschien, waardoor de bal nét in de uitgestoken handen van hun doelman terechtkomt. Hij schrikt er zelf wel een beetje van.

Bij een volgende aanval is het weerom bijna prijs: nu wordt Mark P. zélf vanuit het middenveld ideaal gelanceerd en hij stoot door naar doel. Ondertussen lopen op rechts Carl en Peter F. mee en waar Carl nog een mannetje mee heeft, staat Peter F. omzeggens moederziel alleen te wachten om het leer in doel te knallen, maar Mark P. waagt zijn eigen kans en keilt de bal voorlangs. Mogelijks had hij Carl en Peter niet gezien want die liepen nog schuin achter hem. 45 graden terugspelen had hier beter geweest, maar ja, het moet allemaal snel gaan. Carl roept en tiert zoals vanouds, wie hem kent weet dat dat meer uit ontgoocheling is dan dat hij kwaad zou zijn op zijn medespelers, maar Carl stond nog gedekt, Peter kwam eigenlijk ideaal aangestormd om te scoren.

“’t Zal toch weer niet waar zijn”, denk je dan, “dat we hier weer het deksel op de neus krijgen”. Nee ’t is niet waar: Groenendaal komt nooit erg ver omdat er stug en solide verdedigd en gemandekt (is dat wel een correct werkwoord?) wordt, vooral op links is Kris vandaag weer in erg goede doen en laat niemand door, anticipeert gevat en rukt geregeld mee op. Als ik me niet vergis was hij het die Brian lanceert, die dan vervolgens wel de bal schuin naar achteren tikt waar Mark P. komt ingelopen en laconiek met de bal het doel inwandelt. De tegenstrever schreeuwt moord en brand voor buitenspel, vooral hun supporters laten zich horen, maar niets is minder waar: Mark kwam vanachter de bal, dat wordt nogal eens rap over het hoofd gezien door de tegenstrever.

Ondertussen draait ons middenveld op volle toeren, mede dankzij die solide verdediging natuurlijk: als je een ruggensteuntje hebt kan je altijd beter presteren. Er wordt bijwijlen heerlijk gevoetbald en het is een streling voor het oog om dit te mogen aanschouwen. Als er elke week zo gespeeld wordt, dan spelen we los kampioen. Het hangt natuurlijk ook van de tegenstrever af, of die ons zo laat spelen. Maar Groenendaal is min of meer van “ons niveau”: die zijn twee jaar geleden gepromoveerd naar de A-reeks na kampioen te zijn gespeeld, dus het zijn oude bekenden voor ons, hoewel er wel enkele nieuwe aanwinsten bij rondlopen, o.a. een Dries Mertens-achtige spits die ik nog net niet over het hoofd heb gezien. Maar veel werk heeft Geert niet op te knappen. Het is integendeel de keeper van Groenendaal die zich vóór de rust nog eens moet omdraaien als Mark P. zijn tweede doelpunt maakt. Achteraf moet hij zelf even natellen hoeveel hij er wel gemaakt heeft vandaag: wat een luxe zeg!

0-2 bij de rust en de sfeer zit er goed in in de kleedkamer: iedereen content en er wordt geen jenever gedronken om de miserie weg te spoelen. Iedereen beseft dat er geconcentreerd verder zal moeten gespeeld worden om de 3 punten uit de brand te slepen. Kris die na de rust zijn zoon wil gaan aanmoedigen, wordt vervangen door Stanny die net op tijd klaar is met zijn patatjes te leveren aan de lokale frituren. Ook Ronny komt nu voorin meespelen, Mark P. zakt wat terug naar het middenveld (hoeft daarvoor niet veel te zakken want ik denk dat dit veld wel het allerkleinste is uit onze reeks), Hans schuift naar het middenveld op, Wim speelt zowat overal... Eigenlijk kan je dat vandaag van iedereen zeggen: speelt zowat overal, zo klein is dit veld.

De concentratie is er wel bij ons, maar niet bij de scheidsrechter helaas die pardoes strafschop fluit als een Groenendaler plots in de rechthoek tegen de grond gaat als hij ziet dat hij niet meer bij de bal kan die wordt weggetrapt door Mark P. “Ja je voet was zó hoog” zegt de scheids tegen Mark, ondertussen zijn hand ter hoogte van zijn ogen houdende. Ja dan moet je niet fluiten voor strafschop maar voor gevaarlijk spel hé, zeker omdat Mark niemand geraakt heeft. Enfin, we hebben nog altijd Geert in doel om die strafschop te stoppen... wat hij ook doet maar omdat niemand van ons gevolgd is, belandt het leer bij de Groenendalers die wel attent zijn en binnenknallen. 1-2 en toch even de concentratie kwijt blijkbaar.

Niet getreurd: gezien het niveau van ons spel mogen we beter verwachten. En dat blijkt al vlug als twee van onze jongens handig de buitenspel proberen te omzeilen. Helaas stond één van hen wel buitenspel, maar dat is slechts uitstel van executie, want kort nadien wordt Mark P. wél ideaal gelanceerd en hij neemt mooi de keeper te grazen, die voordien nog wél gepast was tussengekomen. Zo maakt hij zijn derde doelpuntje, een mens zou van minder de tel kwijtraken.

Net nadien wat commotie in ons strafschopgebied: Geert komt gepast uit maar de aanvaller krijgt nog een duw mee en knalt gelijk tegen Geert op die als een volleerde acteur uit één van die oude westernfilms tegen de grond zijgt. Persoonlijk vond ik wel dat die aanvaller wel verdacht zijn elleboog nog uitstak, misschien om zich af te weren, maar dat kan je ook met je handen me dunkt. Soit, wij denken alweer aan gebroken ribben, klaplongen en longperforaties, maar Geert is blijkbaar gehard in deze situaties en staat alweer recht. Hij heeft er echter toch iets aan overgehouden zo te zien want bij een afgeweken bal verkijkt hij zich compleet en verdwijnt het leer als een soort lobballetje in een perfecte parabool tussen Geert zijn handen en de deklat. Alsnog 2-3 en dan wordt het weer spannend natuurlijk.

Dat is buiten de waard gerekend die deze week Carl heet, onze sponsor en redder in nood dus. Carl had het deze wedstrijd al eens een paar keer geprobeerd zag ik: naar doel schieten als niemand (hijzelf incluis misschien) het verwacht, maar telkens zonder richtingsgevoel of de nodige kracht. Maar nu wordt hij gelanceerd op rechts, rukt op naar de grote rechthoek, en ondertussen komen twee medemaats meegelopen. Afleggen die bal denk je dan, dan is de keeper zó uitgespeeld. Maar Carl schiet weer eens naar doel, laag over de grond deze keer, wél goed gemikt en met de nodige kracht. De keeper die te ver van zijn linkerpaal stond is compleet verrast, wil nog naar de bal duiken maar dat is helaas te ver waardoor hij nog een potsierlijke capriool maakt (uitgegleden denk ik). Mooi doelpunt hoewel iedereen de spontane “SORRY” van Carl verwachtte, maar nee, deze keer niet: helemaal zo bedoeld en ook zo afgewerkt.

Eind goed al goed, en meer dan dat eigenlijk: zeer goed gespeeld en oververdiend gewonnen, wat de tegenstrevers achteraf in de kantine alleen maar kunnen beamen. Sportieve ploeg wel, ik ken er nog iemand van vanuit mijn tijd bij de zaalvoetbalcompetitie van Sint-Jan Merksem, toen die nog samen speelde met Filip Muyters en Ludo Van Campenhout, tegenwoordig respectievelijk minister en schepen in Antwerpen van sport. Ja wij hadden het misschien ook zo ver kunnen brengen, maar dan hadden we misschien ook al bleitend op TV verschenen (Muyters een paar jaar terug) of ergens in de Caraïben (Curaçao, of all places...) om af te kicken van onze alcoholverslaving (Van Campenhout: zie artikel).


JD