02/10/2016 PATRO
HOEVENEN – GROENENHOEK 2-3
Alweer een tijdje geleden dat hier iets te lezen
viel over onze ploeg: door omstandigheden heb ik de eerste wedstrijden van het
nieuwe seizoen helaas moeten missen. De eerste twee wedstrijden verloren (5-7
tegen “Den Beerschot”, 3-1 tegen “Rapid”), en dan gewonnen van onze oude
“vrienden” “City Pirates” met 1-4. Die 5-7 laat vermoeden dat Patro niet echt
moest onderdoen, en de winst van vorige week geeft de mens toch weer wind in de
zeilen en hoop in het kopke.
Eerste match ook die ik zie op het splinternieuwe
terrein van Patro: kunstgras. Het heeft lichtjes geregend en af en toe miezert
het een beetje, waardoor de mat nat is en slidings toch wel mogelijk naar het
schijnt zonder brandwonden door de wrijving te moeten riskeren. Persoonlijk
vind ik kunstgras wel goed omdat je geen oneffenheden hebt en/of putten (gevaar
voor kwetsuren), maar het gebrek aan mogelijkheid tot sliden of tacklen vind ik
dan weer een euh... gebrek: het blijft veldvoetbal en op een kunstmat lijkt het
meer op zaalvoetbal vind ik. Enfin ik zal het zelf moeten ondervinden als ik
eens terug kan meespelen.
Ons team is een beetje een onuitgegeven team want
we hebben de hulp moeten inroepen van het andere veteranenteam, die drie van
hun pionnen aan ons uitlenen: iemand wiens naam ik voortdurend hoor uitspreken
als “Thai” (hij heet Tahir Dilek) en waar ik al eens samen mee getraind heb,
een stevig bazeke zeg maar, Peter van den Vijver (die kende ik nog niet) en
Johan wiens familienaam ik niet terugvind in de mailings, maar dat is de man
die tegenwoordig de muziekinstallatie levert e.d. bij het jeugdtornooi. Hij
heeft ook al zijn brevet gehaald van scheidsrechter bij KVV, iemand met hart en
ziel voor de club dus. Hij heeft deze morgen al moeten fluiten bij zijn team,
dus een matchke (of een half) mee voetballen kan dan nog wel.
Het gevecht om het middenveld kan weer beginnen.
Meestal trekt de ploeg die daar heer en meester is het laken naar zich toe. Een
gelijk opgaande strijd eigenlijk, het zal van andere fases moeten afhangen. In
feite is het zoals gebruikelijk onze Filip die de plak zwaait op het
middenveld, maar alleen kan hij het natuurlijk ook niet rooien. Niet dat hij
het niet dikwijls probeert, maar zodra hij de mogelijkheid ziet geeft hij de
bal af aan een vrijstaande ploegmaat. En daar wringt misschien het schoentje
vandaag bij ons: zo wordt Mark J. omzeggens niet bereikt omdat die ofwel gedekt
staat ofwel zich helemaal aan de andere kant bevindt van waar de bal wordt
rondgespeeld (rare uitdrukking eigenlijk: die bal was toch al rond vóór ze
ermee begonnen te spelen?). Frustrerend moet dat zijn voor een spits, zeker als
je weet dat je een handvol supporters hebt opgetrommeld om te komen kijken.
In de verdediging staat Tahir natuurlijk zijn
mannetje: stevig en solide, een rots in de branding op rechts. Links is ook
Kris weer goed bezig, goed anticiperend en uitvoetballend. Ik merk toch wel dat
het tempo dit jaar iets hoger ligt dan vorig jaar toen we een reeks lager
speelden. Dat wordt dan moeilijk voor mij denk ik als ik terug fit ben, gezien
mijn gezegende leeftijd (laatste jaar op tram 5) en toch wel wat overgewicht in
vergelijking met andere jaren. Ik zal nog eens een toereke moeten gaan fietsen
denk ik, helemaal Spanje rond bijvoorbeeld...
Als je hier niets of weinig leest van de andere
jongens in de verdediging, dan is dat waarschijnlijk omdat die zoals gewoonlijk
secuur bezig zijn: een Patrick F. bijvoorbeeld, onze laatste man die je omzeggens
nooit op een foutje kan betrappen en die gepast zijn medeverdedigers stuurt. Je
merkt het wel dat hij in het dagelijks leven ook de verantwoordelijkheid draagt
om met een team iets op te bouwen. Of Hans, die voorstopper is vandaag: aan
gedrevenheid en motivatie ontbreekt het deze jongen ook nooit. De Frank die
over en weer briest als een (weliswaar ietwat uit de kluiten gewassen) jong
veulen, Roger op de linkerflank die al eens gepast iemand de diepte instuurt,
Peter F. die op de rechterflank voortdurend heen en weer crosst en geregeld
Tahir komt bijstaan. Het loopt gesmeerd zoals vanouds denk je dan, maar het is toch
de tegenstrever die op voorsprong komt dankzij een rommelige fase vóór ons
doel. 0-1, weeral achtervolgen. Dat we dat ondertussen gewend zijn blijkt al
vlug als we kunnen tegenscoren. Het is Mark P. die de bal in doel laat verdwijnen
waardoor de bordjes weer gelijk hangen (waar is dat scorebord eigenlijk?).
Dat gaat de goede kant uit denk je dan: erop en
erover. Niets is minder waar: het spel golft op en neer en je merkt meer en
meer dat onze jongens elkaar minder en minder vinden. Je kan eigenlijk niemand
concreet met de vinger wijzen, het is meer een soort van algemene malaise die bijna
ongemerkt als een hardnekkig virus de ploeg is ingeslopen. De tegenstrever is
al niet veel beter maar toch zijn zij het die weer eerst scoren. 1-2. Weer
achtervolgen. Veel uitgespeelde kansen kunnen we niet versieren. Ik zie wel dat
de ingevallen Peter VDV een heel goede invalbeurt maakt: vinnig, vlug,
wendingrijk, technisch onderlegd, en gevaarlijk voor doel. Maar meer dan enkele
hoekschoppen kunnen we tot nog toe niet versieren. Die zijn ook niet van de
gevaarlijkste en net als ik aan de zijlijn opmerk dat we vandaag onze beste hoekschopnemer
missen (hm hm) brengt Kris de bal van aan de rechter hoekschopvlag voor doel,
heel laag over de grond, een rollerke eigenlijk, was hij nu aan het bowlen
geweest dan had hij zeker een strike gescoord, maar blijkbaar is iedereen van
de verdedigers verrast, de keeper incluis, en komt de vinnige Peter VDV
aangelopen om er zijn voet maar tegen te zetten en de bordjes weer gelijk te
zetten (nog altijd geen scorebord).
Twee keer op achterstand, twee keer langszij
gekomen. Dan zou er toch meer moeten inzitten denk je. Maar de combinaties
stokken altijd ergens, Mark J. kan weer niet bereikt worden, Mark P. doet zijn
best om iets te forceren, Filip probeert iedereen aan te moedigen, maar het
virus zit nog in de gelederen en zo gebeurt het dat Groenenhoek enkele minuten
voor affluiten de winning goal kan scoren. Onze gelegenheidskeeper Geert kan je
niets verwijten, die heeft er zelfs nog enkele uitgehouden.
Ik denk dat Frank ook nog een gemaakt doelpunt
verhinderd heeft door een doorgebroken speler “professioneel” voetje te
lichten. “Dat is toch rood!” roept zijn vader langs de lijn, en vraagt me
prompt om mijn mening me aansprekend bij mijn voornaam. Ik herken de Leo, die
hier in Hoevenen woont, en vroeger (vóór zijn pensioen) een schitterend
restaurant uitbaatte samen met zijn vrouw, gespecialiseerd in
Latijns-Amerikaanse kost op de Dageraadplaats: “El Diablo”. Het is zijn zoon
Tim wiens moeder ook nog toevallig een collega van me is. De wereld is klein. “Timmeke,
ge kunt het nog, want ge hebt toch nog gescoord” hoor ik hem nog zeggen. Ja
man, als je weet dat je speelt tegen de zoon van één van je leeftijdsgenoten,
dan besef je dat je toch wel een jaartje ouder wordt. Ik zal serieus uit mijn
pijp kunnen komen om nog te kunnen meedraaien in deze competitie. Vroeger toen
ik nog op Sint Anneke woonde bij mijn ouders was dat natuurlijk niet zo
moeilijk om serieus uit mijn pijp te komen (ik ging altijd langs de
Konijnepijp) maar hier in Hoevenen zijn geen konijnepijpen te zien, ik zal een
ander soort van pijpen moeten zoeken.
De stemming in de kleedkamer is tamelijk bedrukt na
de match. De jongens die ons zijn komen “depanneren” worden uitgebreid bedankt,
overgoten met genever dus, ook Johan die een prima tweede helft heeft gespeeld
in de verdediging. “Slecht gespeeld” klinkt het overal, maar dat zijn jongens
die de hand in eigen boezem steken. “Tegen deze ploeg mogen we nooit verliezen”
hoor ik ook overal. Volgende week beter dan, ook weer tegen groene jongens,
maar niet uit de Hoek maar uit het Dal: Groenendaal van Merksem. Of in de
terugmatch op Groenenhoek, dan kan ik mijn collega misschien uitnodigen om te
komen kijken naar haar zoon en collega, hopelijk draai ik dan weer mee.
Na de wedstrijd is er in de kantine nog een BBQ van
de badmintonploeg, wat ons “dwingt” aan den toog te hangen. Deze jongen heeft
er gehangen tot omstreeks 21.30 uur. De laatste kuip Tongerloo heb ik nog
moeten laten staan want het water (bier eigenlijk) stond me tot aan de lippen.
Ik had natuurlijk een “partner in crime” in de persoon van Robert. Veel heb ik
thuis niet meer kunnen vertellen van onze heldendaden want om 22.00 uur ging
het licht al uit bij mij. Om twee uur werd ik verdwaasd wakker en ben dan maar
in bed gekropen, niet na eerst mijn tanden gepoetst te hebben waar tot mijn
verbazing de resten van enkele braadworsten nog tussen hingen. ’s Anderendaags viel
mijne nikkel terug natuurlijk. “Nooit meer drinken” van Raymond van het
Groenewoud speelde nog heel die nacht door mijn kop.
JD